huis
Een meisje van zes tekende tijdens een kindermoment
in bemiddeling een huis met veel ramen.
Waarom heeft jouw huis zo veel ramen?" vroegen we.
Het kind zei ons: "Dan kunnen mijn ouders beter zien."

Achtergrond

Let op: opent in een nieuw venster AfdrukkenE-mailadres

Memorie van Toelichting

Algemeen

Het is voor de ontwikkeling van een kind belangrijk dat het, ook na scheiding van zijn ouders, contact heeft met beide ouders en dat de ouders zich gezamenlijk verantwoordelijk blijven voelen voor zijn verzorging, opvoeding en ontwikkeling. Te vaak nog staan de scheidende partners, die wel de vermogensrechtelijke gevolgen van hun scheiding regelen, onvoldoende stil bij de afspraken die ook op langere termijn voor hun kinderen gemaakt moeten worden. Goede afspraken bij de scheiding kunnen voorkomen dat er later onnodige conflicten ontstaan.

Steeds meer echtparen zijn zich bewust van de noodzaak om goede afspraken te maken over de echtscheiding. Dit komt bijvoorbeeld tot uitdrukking in de gestage toename van het aantal gezamenlijke verzoeken tot echtscheiding. In 2003 werd in 52,1% (gegevens CBS) van het totaal aantal verzoeken tot echtscheiding een gezamenlijk verzoek gedaan. Wanneer het aantal beëindigingen van een geregistreerd partnerschap na omzetting van het huwelijk in een geregistreerd partnerschap hierbij wordt opgeteld, is dit percentage zelfs hoger. Belangrijk is ook dat in 92% (2003) van de echtscheidingen waarbij kinderen betrokken zijn de ouders gezamenlijk het gezag over hun kinderen blijven uitoefenen. Ter vergelijking: in 1997, het jaar voorafgaand aan de wetswijziging die gezamenlijk gezag na de echtscheiding tot uitgangspunt maakte, was dit percentage nog 34%. Dit zijn goede ontwikkelingen.

Ouderschapsplan

In het wetsvoorstel is het ouderschapsplan een belangrijk onderdeel. Gedurende het opstellen van het ouderschapsplan worden de ouders gedwongen ten minste na te denken over welke invulling zij willen geven aan het ouderlijk gezag na scheiding. Uit de praktijk blijkt dat een groot aantal punten van belang zijn om te bespreken [1]:

  • de dagelijkse zorg voor de kinderen (waar verblijven de kinderen, eten en drinken, huisregels e.d.)
  • school
  • sport
  • medische zorg
  • vakantie
  • bijzondere dagen (verjaardagen e.d.)
  • financiën (beheer spaarrekeningen, bijdrage van de niet-verzorgende ouder)
  • communicatie tussen de ouders (informeren en raadplegen)
  • halen en brengen van de kinderen

Het is aan de ouders om te bepalen welke afspraken zij in het ouderschapsplan vastleggen. Zij kunnen afspraken maken, die zij in het belang van het kind vinden. Wel stelt de wet een aantal minimumeisen. De onderwerpen waarover de ouders afspraken moeten maken, zijn de meest essentiële punten bij de uitoefening van het gezamenlijk gezag. Jurisprudentie wijst bovendien uit dat dit de onderwerpen zijn, die in de praktijk kunnen leiden tot een conflict dat voor de rechter moet worden beslecht. In het ouderschapsplan dienen ten minste afspraken te worden opgenomen over:

  1. de wijze waarop de ouders de zorg- en opvoedingstaken, bedoeld in artikel 247, verdelen of het recht en de verplichting tot omgang, bedoeld in artikel 377a, eerste lid, vormgeven
  2. de wijze waarop de ouders elkaar informatie verschaffen en raadplegen omtrent gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van hun minderjarige kinderen
  3. de kosten van de verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen (kinderalimentatie)

Zowel een eenzijdig als een gemeenschappelijk verzoek tot echtscheiding dient een ouderschapsplan te bevatten. Aan het ouderschapsplan zijn slechts in zoverre vereisten gesteld, dat dit de onderwerpen, vermeld in artikel 815, tweede lid, Rv moet betreffen en door beide ouders ondertekend moet zijn. Dit betekent ook dat het ouderschapsplan, desgewenst in het echtscheidingsconvenant kan worden opgenomen maar ook en mits door beide ouders ondertekend, als afzonderlijk document bij het verzoekschrift kan worden gevoegd. Het ouderschapsplan kan ook in het verzoekschrift zelf worden opgenomen. In dat geval dienen beide ouders voor dit deel van het verzoekschrift mee te ondertekenen.

In een aantal gevallen zal het redelijkerwijs niet mogelijk zijn om overeenstemming te bereiken over het ouderschapsplan of om het op te stellen. Hierbij kan gedacht worden aan situaties waarin er geen communicatie tussen de ouders (meer) mogelijk is, de moeder in een blijf van mijn lijf huis zit of een ouder wegens een psychiatrische stoornis in een inrichting verblijft. Ten gevolge hiervan zal het ouderschapsplan onvolledig zijn of zelfs helemaal ontbreken.

De situatie dat geen (volledig) ouderschapsplan kan worden overgelegd, zal zich naar verwachting vaker voordoen bij een eenzijdig verzoek. Toch geldt ook in geval van een eenzijdig verzoek de eis van het ouderschapsplan. Naast de principiële reden, alle ouders dienen immers een ouderschapsplan op te stellen, is er ook een andere reden om vast te houden aan de eis van een ouderschapsplan in alle situaties, namelijk het creëren van een eenvoudige mogelijkheid om het opstellen van een ouderschapsplan te ontlopen. Echtgenoten zouden kunnen afspreken dat één van de echtgenoten een eenzijdig verzoek tot echtscheiding indient (ten aanzien waarvan de plicht tot het opstellen van een ouderschapsplan niet zou gelden) waaraan de andere echtgenoot zich vervolgens refereert. Dit is ongewenst, reeds omdat het niet bijdraagt aan een bewustmaking van beide ouders van hun beider verantwoordelijkheid voor het kind óók na de scheiding.

Indien het niet lukt om binnen een redelijke termijn een ouderschapsplan op te stellen dat door beide ouders is ondertekend, kunnen de ouders op andere wijze aan de wettelijke eis van het ouderschapsplan voldoen (zie artikel 815, vijfde lid Rv (nieuw)) opdat het verzoekschrift wel ontvankelijk zal worden verklaard. Een ouder moet dan gemotiveerd aangeven waarom geen ouderschapsplan gezamenlijk is op te maken en kan vervolgens eenzijdig aangeven hoe hij of zij vindt dat het voortgezet ouderschap moet worden vormgegeven. Dit zal meestal gepaard gaan met het verzoek om bepaalde voorzieningen te treffen (bijvoorbeeld vaststelling van een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken of kinderalimentatie) ten aanzien waarvan de substantiëringsplicht van toepassing is (zie artikel 815, derde lid, Rv (nieuw)). De andere ouder zal zich vervolgens refereren aan het verzoekschrift of zal verweer voeren en daarbij aangeven hoe hij of zij vindt dat de ouderlijke verantwoordelijkheid na de scheiding moet worden ingevuld.

De rechter zal moeten beoordelen of de stukken voldoende zijn en in het bijzonder moeten bepalen of het ouderschapsplan (of het stuk dat ter vervanging van het ouderschapsplan wordt aangeboden) voldoet aan de vereisten. Wanneer bij indiening van het verzoekschrift het ouderschapsplan ontbreekt, zal de rechtbank dit bij de ontvangstbevestiging aangegeven [2]. Ook kan de rechter besluiten tot een behandeling ter terechtzitting of kan hij betrokkenen verwijzen naar een bemiddelaar wanneer hij de situatie kansrijk acht, om te bevorderen dat alsnog een ouderschapsplan tot stand komt. Indien het verzoekschrift niet wordt aangevuld met een ouderschapsplan of op andere wijze hierin wordt voorzien, kan de rechter het verzoek niet ontvankelijk verklaren.

Het ouderschapsplan is in de wet geformuleerd als een processuele eis bij een verzoek tot scheiding. Het ouderschapsplan is, zoals de NVvR in haar advies aangeeft, “de toegangsdeur tot de echtscheidingsprocedure”. Dit heeft als consequentie dat, indien de afspraken niet in de beschikking worden opgenomen, deze afspraken niet rechtstreeks afdwingbaar zijn. De rechter heeft op grond van artikel 819 Rv wel de mogelijkheid om de afspraken in de beschikking op te nemen waardoor de afspraken van een executoriale titel worden voorzien.

Het is belangrijk om de kinderen te betrekken bij het opstellen van een ouderschapsplan. Om deze reden is een aanvullende eis gesteld aan het inleidend verzoekschrift, namelijk een vermelding van op welke wijze de kinderen zijn betrokken bij het opstellen van het ouderschapsplan (Artikel II, onderdeel A, 815, derde lid, Rv). De mate waarin dit mogelijk is, is uiteraard afhankelijk van de leeftijd en het ontwikkelingsniveau van het kind. Deze informatie is voor de rechter belangrijk omdat de rechter onder meer moet beoordelen of de regeling strookt met het belang van de betrokken minderjarige(n).


[1] Zie hiervoor onder meer: C.A.R.M. van Leuven (1998). Het gezamenlijk gezag van ouders na echtscheiding, een praktijkmodel, EchtscheidingsBulletin, 10, p.1-5.
[2] Vergelijk de huidige procedure zoals deze nu is opgenomen in het Procesreglement scheidingsprocedure.

naar boven