Een schets van de geschiedenis van het Deskundigenbericht met toepassing van mediation
Hoefnagels is de grondlegger van scheidingsbemiddeling in Nederland. Zijn kritiek op het scheidingsproces via de twee advocaten, de procedure op tegenspraak, was en is fundamenteel van aard. De kritiek van Hoefnagels richt zich met name op het miskennen van het menselijk proces van scheiden. Het in goede banen leiden van de relationele aspecten van het scheidingsproces is van essentieel belang voor de toekomst van alle betrokkenen in het scheidingsproces. Hoefnagels onderstreept daarbij het belang van een methodische wijze van werken met de (ex)partners. Zijn onderzoek, verricht aan de Erasmus Universiteit in de jaren tachtig, toont het belang van de scheidingsmelding aan.
Van Leuven deelt de kritiek van Hoefnagels inzake de echtscheiding op tegenspraak. Van Leuven heeft de positie van het ouderschap na scheiding en de positie van het kind daarbij nader onderzocht. Aan de hand van een door van Leuven ontwikkeld Zorgmodel, de wetgever noemt het nu een ouderschapsplan voor kinderen, kunnen de ouders zelf, bij voorkeur onder begeleiding van een bemiddelaar, invulling geven aan de zorgtaken voor de kinderen.
Ter voorkoming dat partijen of hun kinderen in een echtscheiding ernstige, vaak blijvende schade oplopen zijn Hoefnagels en van Leuven tot de conclusie gekomen dat het navolgende model praktisch bruikbaar is voor mediation en onderzoek:
- De (ex) partners worden tezamen genodigd
- Aandacht voor de geschiedenis, het verloop van de relatie, gezinnen van herkomst
- Aandacht voor gedrag en communicatie (het gezinssysteem), zonodig bevorderen van aanpassing van gedrag en communicatie; hier worden technieken ingezet die zijn ontleend aan TA (Transactionele Analyse) en NLP (Neuroluinguistisch Programmeren)
- Aandacht voor de kwaliteit van de relatie: de scheidingsbeslissing wordt gewogen, er wordt ruimte gegeven voor het afscheid; hier is vaak plaats voor een ritueel, ontleend aan de zogenaamde “gezinsopstellingen”
- Aandacht voor de zaken die onder de opdracht aan de deskundige vallen: het ouderschap, de invulling van het gezamenlijk gezag (met toepassing van het zogenaamde “Zorgmodel”), omgang en financiële zaken
- Het begeleiden van gesprekken en onderhandelingen tussen partijen
- Het spreken met de kinderen
- Evaluatie met de (ex) partners, ouders
- Rapportage aan de rechter
De rechter heeft in een groot aantal zaken – volledig vastgelopen procedures – partijen verplicht doorverwezen naar een advocaat- mediator, notaris - mediator, psycholoog - mediator en, in financiele zaken, naar een accountant - mediator, met de opdracht tot mediation en rapportage. Hiermede was de basis van de forensische onderzoeksmethode, die tevens mediation (dus hulpverlening) aan partijen biedt, gelegd. In ouderschapszaken wordt het onderzoek aangeduid als: ouderschapsonderzoek.
De Stichting heeft een specialisatie opleiding tot forensisch scheidingsbemiddelaar opgezet. Deze opleiding ging van start op 7 januari 2002. Inmiddels is de cursus, vanaf 2007, sterk uitgebreid en wordt nu afgesloten met een schriftelijk en mondeling examen.
Het hof Den Haag past sinds 2004 de methode ook toe in ingewikkelde financiële scheidingszaken. Geschillen omtrent verrekening of verdeling houden partijen lange tijd op uiterst negatieve wijze verbonden. Het hof maakt gebruik van de in de wet voorziene mogelijkheid een raadsheer-commissaris (bij de rechtbank: rechter-commissaris) te benoemen, die leiding geeft aan het deskundigen onderzoek. De benoemde deskundige in de financiële zaken is doorgaans een registeraccountant - mediator. Tijdens een R.C. zitting wordt het plan van aanpak vastgesteld. Eén van de doelstellingen daarbij is dat de deskundige in goed overleg met beide partijen gaat inventariseren en vaststellen welke oplossingsrichtingen haalbaar zijn. Door mediationtechnieken in te zetten in dat traject ontstaat de kans de verhoudingen tussen partijen te verbeteren, terwijl tegelijkertijd het doel van het deskundigen onderzoek ook in beeld blijft: de rechter antwoord geven op de geformuleerde vragen, teneinde de overblijvende geschilpunten te beslissen.
Aan de universiteit van Urecht is onderzoek verricht naar de effecten van de methode. De eerste resultaten zijn belangrijk en positief te noemen.
De Minister van Justitie staat positief tegen over het Deskundigenbericht met toepassing van Mediation als onderzoeksmethode. De Minister schaart het product in de eerste plaats onder de deskundigenprocedure als bedoeld in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, artikel 194 e.v. Het accent ligt op de berichtgeving aan de rechter. Zo bezien dient men te spreken van een onderzoeksmethode waarin tegelijkertijd ruimte is om te bemiddelen. vanaf oktober 2008 ging een pilot van start bij de vijf gerechtshoven in Nederland. Tijdens deze pilot werden 200 ouderschapsonderzoeken gelast waarvan de kosten ten laste van Rijks kas kwamen. Een evaluatie zal in 2011 plaatsvinden.


